concept samenvatting CTD vergadering 16 december 2019

overleg met het Ministerie van VWS

Belangrijkste punten vergadering CTD 16 december 2019

Samenwerkingsovereenkomst
Het is de CTD niet helemaal duidelijk hoeveel samenwerkingsovereenkomsten er door de Trombosediensten getekend zijn. Een aantal diensten betwijfelen of een cliëntenraad wel verplicht is, zij willen dit eerst laten uitzoeken. Een belangrijk argument om met de CTD samen te werken is dat de kosten veel lager zijn dan wanneer ze het zelf zouden regelen. Jan Peter licht toe: de CTD heeft te maken met veel ontwikkelingen in tromboseland, o.a. op het gebied van verzekeraars. Uit gesprekken is gebleken dat het ministerie daar ook gedachten over heeft.

Gesprek met mevrouw S.Taal, beleidsmedewerker Ministerie van VWS
Het ministerie is in gesprek gegaan met VGZ om te kijken of VGZ de plannen die ze hebben goed gaan uitvoeren en of de kwaliteit geborgd blijft. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) ziet toe op de zorgverzekeraars, waarbij ze afhankelijk zijn van signalen die op hen afkomen, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op aanbieders. Het ministerie kan beide instanties mobiliseren, maar ook zelf contact opnemen met de zorgverzekeraars. Het ministerie kan VGZ niet doen afwijken van beleid, tenzij er signalen zijn dat het echt misgaat. Mevr. Taal wil graag op de hoogte worden gehouden van de communicatie tussen de CTD en VGZ.
Mevr.Taal zal in januari 2020 aansluiten bij de werkgroep trombosezorg en diagnostiek van Zorgverzekeraars Nederland over. Op die manier is zij op de hoogte van de ontwikkelingen. De CTD zou ook graag aansluiten bij deze werkgroep. Mevr.Taal zal de naam van de contactpersoon doorgeven aan de CTD.

De CTD vraagt of het ministerie niet bang is dat door de handelwijze van één verzekeraar het goed lopende trombose dienstverleningssysteem instort. Daar komt bij dat de trombosezorg ingewikkelder wordt terwijl de afname van het aantal cliënten bij trombosediensten zal doorzetten. Mevr.Taal geeft aan dat de tariefonderbouwing per patiëntgroep onder verantwoordelijkheid van de NZA valt, eventueel in overleg met FNT. Het ministerie vindt het heel belangrijk dat de zorg geborgd blijft.
Mevr.Taal blijft op de hoogte van ontwikkelingen in tromboseland door het nieuws te volgen en door contact met de FNT, directeur N. Groenewegen. 

Op de vraag of het VWS de zorgen deelt over de informatie en begeleiding van DOAC-patiënten, ondermeer vanwege het belang van jaarlijke controle van de de nierfunctie en het belang van therapietrouw, is het antwoord bevestigend. Ook vraagt de CTD zich af wie de zorgplicht heeft voor de (DOAC)patiënt. Mogelijk wordt verkeerd medicijngebruik niet geregistreerd. Mevr.Taal meldt dat er op de werkconferentie van de FNT gesproken is over een website en een app die duidelijk maken wie waarvoor verantwoordelijk zou moeten zijn. Het ministerie is enthousiast. Het ministerie wil hier graag met de FNT en anderen verder over praten.
De CTD vindt het ook belangrijk te bespreken hoe het ministerie kan helpen met het borgen van kennis en kunde van VKA en DOAC. Doe je dat bijvoorbeeld in een universitaire omgeving of in relatie met regionale centra? Er is hoogwaardige kennis waar gebruik gemaakt van moet kunnen worden, en die moet ergens ondergebracht worden. Dat is de opdracht voor de komende paar jaar; maar in de tussentijd moet er wel iets gebeuren.
VWS begrijpt de signalen. Een mogelijkheid is dat het hele antistollingsveld een gezamenlijk advies schrijft, maar daar moet wel draagvlak voor zijn. Gaat het om een blauwdruk of wil je meer vrijheid geven? Probleem is dat VWS niet weet of de regio’s een kenniscentrum willen opzetten of niet. Dat moet eerst duidelijk zijn. Als er geen gezamenlijk advies komt, is het aan de regio en de zorgverzekeraars. Een mogelijkheid is om het bewaken van kwaliteit en veiligheid bij universitaire centra neer te leggen en in de regio instituten op te richten die de slag tussen kennis, kunde en uitvoering maken. In Groningen is al een kennisinstituut van Certe en het UMCG. Ook in andere regio’s is er beweging op dat gebied.
VWS kan hier iets in betekenen door informatie over ontwikkelingen op dit gebied te delen met de CTD en door in de werkgroep van de zorgverzekeraars en bij de NZA hier aandacht voor te vragen. Mevr.Taal wil dit graag oppakken en de komende maanden een impuls geven.

Naar het overzicht